Sierkunst met een vleugje Chanel

21 feb 2011

afbeelding van guest

De kasten in

In het modedepot van het Gemeentemuseum lijkt schatgraven bijna een dagelijkse bezigheid, want de collectie kent nogal een grote veelzijdigheid, ongeacht door welke ‘zoekbril’ je kijkt. In het kader van ‘een goed begin is het halve werk’ zijn voorafgaand aan de standplaatsregistratie de kasten met Nederlandse en buitenlandse mode-ontwerpers doorgewerkt. Dit leverde een interessant kijkje in het verzamelverleden en de opbouw van dit stuk collectie.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Mies van Os, Wandelkostuum, ca. 1925                                                     Mies van Os, detail van een jurk, ca. 1925

Vak O

Denkt u bij deze benaming misschien aan de de Kuip of Arena, in het modedepot zijn hier bij de Nederlanders ondermeer de kleurrijke overvloed van Oilily, maar ook de jaren vijftig-‘cocktailchic’ van couturier Ferry Offerman te vinden. In dit bonte gezelschap trof ik ook twee, op het eerste gezicht nogal onopvallende creaties aan, gestickerd ‘Mies van Os, 1925’. Een mij onbekende, maar oer-Hollandse naam, de vroege datering en de summiere Adlib-informatie wekten mijn nieuwsgierigheid. Couturières en modistes vóór de succesvolle na-oorlogse generatie van Heymans en Molenaar zijn lang niet altijd met naam en toenaam bekend.

Het edele kunsthandwerk

Beter verging het hen binnen de toegepaste kunsten. In de eerste decennia van de 20steeeeuw hielden vooruitstrevende vrouwelijke kunstenaressen zich volop bezig met het op een hoger plan brengen van het sierhandwerk, waaronder batikken, weven, boekbinden, borduren en interieurontwerpen. Mede onder invloed van de Reformbeweging moest ook de vrouwenkleding eraan geloven. Volgens Corrie Berlage – inderdaad de dochter van- werd kleding van alle frivoliteit ontdaan, het ontwerp en de versiering moesten in volledige harmonie zijn; geen vrouwenkleding zonder goed handwerk. Mies van Os noemt zij als voorbeeld in haar monografie ‘Sierkunst en Vrouwenkleding’ uit 1927, compleet met enkele foto’s.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verantwoorde elegantie: Jasje en Wintermantel, 1925, zoals gepubliceerd in 'Sierkunst en Vrouwenkleding' van Corrie Proos-Berlage  

Een vleugje Chanel, maar toch anders

Mies van Os weefde en verfde haar eigen stoffen en exposeerde haar werk ondermeer bij de firma Metz, waar een nogal een progressieve klantenkring interieurstoffen en kleding kocht. Van Os’ensemble vertoont eenzacht blauw/beige kleurenpalet en de geometrische vlakversieringen lijken eigenzinnig, maar zijn qua vorm en hoeveelheid weloverwogen in het ontwerp. Alle weefwerk is ‘in vorm’ uitgevoerd voor jurk, de losse ‘jumper’ en de ruime mantel, met een bijbehorend ‘kek’sjaaltje. Haar ontwerpen sluiten vooral aan bij de vernieuwende vrijetijdsmode, gepropageerd door Coco Chanel: kortere jurken zonder corset, soepeler stoffen met letterlijk meer bewegingsvrijheid voor de moderne vrouw. De draagster van het wandelkostuum en de jurk uit onze collectie liep er ‘modern’, maar zeker niet onmodieus bij.

stofdetail Wandelkostuum 

Mode ♥ Kunst

Meer van dit soort eigenzinnige en kunstminnende kleding is vanaf september te zien tijdens de modetentoonstelling met de nogal prikkelende titel: Mode ♥ Kunst. Een affaire, waarvoor ons depot weer één van de hofleveranciers zal zijn. Komt dat allen zien !

Groepen:

afbeelding van Marjolein Kal

Leuk om ook iets over de mode

Leuk om ook iets over de mode te lezen Rosalie! En, via een jurk kom je toch weer bij Berlage uit, grappig is dat!

Nieuwe reactie inzenden